Veiligheidstips voor autostoeltjes

Zo gebruik je je autostoeltje veilig

Onze autostoeltjes zijn de veiligste keuze. Je moet ze alleen wel correct bevestigen en correct gebruiken. Alleen zo ben je zeker van maximale veiligheid en bescherming onderweg. Dit zijn onze veiligheidstips voor autostoeltjes:

Veiligheidstips voor baby autostoeltjes:

  • Zet het stoeltje altijd achterwaarts (je kindje kijkt naar de achterzetel). Doe dit tot je baby minimaal 15 maanden is;
  • Schakel pas over op een groter stoeltje als het hoofdje van je baby boven de achterkant van het stoeltje komt;
  • Heeft je auto ISOFIX, kies dan zeker voor een stoeltje met ISOFIX. Bevestigen is simpel en de kans dat je iets verkeerd doet, is klein;
  • Zet het autostoeltje op de achterzetel, bij voorkeur achter de passagiersstoel. Als je echt liever hebt dat je baby naast je in de passagiersstoel zit, zet dan altijd de airbag uit;
  • Gebruik het autostoeltje niet langer dan twee uur na elkaar. Baby's moeten zich vrij kunnen bewegen en af en toe van houding kunnen veranderen;
  • Zorg ervoor dat de gordels van het autostoeltje goed opgespannen zijn. De gordels moeten zich ter hoogte van je baby's schouders bevinden en mogen niet gedraaid zijn;
  • Bevestig je het autostoeltje met de gordels van je auto? Zorg dan dat de gordel goed door de geleiders loopt en over de beentjes van je baby. Onze baby autostoeltjes hebben een blauwe kleurcodering. Daaraan kan je exact zien waar je de autogordel moet steken.

Veiligheidstips voor peuter autostoeltjes:

  • Gebruik indien mogelijk een i-Size (R129) peuter autostoeltje. Die kan je langer in een achterwaartse positie gebruiken (je peuter kijkt naar de achterzetel);
  • Heeft je auto ISOFIX, kies dan zeker voor een stoeltje met ISOFIX. Daarmee is het eenvoudiger om je stoeltje in en uit de auto halen;
  • Bevestig je het autostoeltje met de gordels van je auto? Let dan goed op. Onze peuter autostoeltjes hebben een rode kleurcodering. Daaraan kan je exact zien waar je de autogordel moet steken;
  • Zet het autostoeltje op de achterzetel, best achter de passagiersstoel. Als je echt liever hebt dat je peuter naast je in de passagiersstoel zit, zet de stoel dan zover mogelijk naar achter, i.v.m. de airbag. Wanneer je peuter naar voren kijkt, mag de airbag aanstaan. Maar aangezien je kindje dichterbij de airbag zit door het stoeltje, moet de stoel naar achteren;
  • Schakel over op een groter stoeltje (groep 2/3) als de schouders van je peuter 2 cm boven de hoogste opening voor schouderbanden komen.

Veiligheidstips voor kinderautostoeltjes:

  • Stap je net over van peuter autostoel naar kinderautostoel? Zorg dan dat de hoofdsteun van de kinderautostoel op de laagste stand staat;
  • Voor maximale veiligheid gebruik je een comfortabele autostoel met een rugleuning en een hoofdsteun in plaats van alleen een zitverhoger;
  • Gebruik altijd de heupgordel én de schoudergordel. Span de gordel goed aan, nadat je deze hebt vastgeklikt;
  • Heeft je auto ISOFIX, kies dan zeker voor een stoeltje met ISOFIX. Daarmee zit het autostoeltje steviger vast. Dat is ook praktisch als je zonder kinderen weg bent.

Veiligheidstips voor baby autostoeltjes

  • Zet het stoeltje altijd achterwaarts (je kindje kijkt naar de achterzetel). Doe dit tot je baby minimaal 15 maanden is.
  • Schakel pas over op een groter stoeltje als het hoofdje van je baby boven de achterkant van het stoeltje komt.
  • Heeft je auto ISOFIX, kies dan zeker voor een stoeltje met ISOFIX. Bevestigen is simpel en de kans dat je iets verkeerd doet, is klein.
  • Zet het autostoeltje op de achterzetel, bij voorkeur achter de passagiersstoel. Als je echt liever hebt dat je baby naast je in de passagiersstoel zit, zet dan ten allen tijden de airbag uit.
  • Gebruik het autostoeltje niet langer dan twee uur na elkaar. Baby's moeten zich vrij kunnen bewegen en af en toe van houding kunnen veranderen.
  • Zorg ervoor dat de gordels van het autostoeltje goed opgespannen zijn. De gordels moeten zich ter hoogte van je baby's schouders bevinden en mogen niet gedraaid zijn.
  • Bevestig je het autostoeltje met de gordels van je auto? Zorg dan dat de gordel goed door de geleiders loopt en over de beentjes van je baby. Onze baby autostoeltjes hebben een blauwe kleurcodering. Daaraan kan je exact zien waar je de autogordel moet steken.